Twee weken in Lolwa

In september was ik 2 1/2 week in de DR Congo om de eerste hoofdstukken van de Bila-vertaling te controleren. Het verhaal hierover vertel ik in onderstaande video. Verder wat foto’s waarop wat meer van de omgeving te zien is.

Aan het werk. V.l.n.r. Ungi (consulent in opleiding), Loku (vertaler), Poyo (vertaler), Dieudonné (taalspreker).

Lastige vraag: hoe vertaal je “woestijn”? Consulent-in-opleiding Ung’i Atido laat de vertalers foto’s zien van de woestijn in Israel.

Pauze bij het vertaalkantoor. Dezelfde mensen als op de vorige foto, en links Daniel, eveneens een Bila-spreker.

Regelmatig handen wassen: voor het eten, voor het werk begint, bij de ingang van de stad… Het is een van de vele maatregelen om de veerspreiding van ebola tegen te gaan. Tot nu toe zijn zo’n 60 mensen aan ebola overleden de afgelopen weken, vooral in een streek zo’n 100 km ten zuiden van Lolwa.

Uitzicht vanuit het vertaalkantoor: het ziekenhuis, daarachter de school, daarachter de jungle.

’s Ochtends vroeg, het vertaalkantoor.

Langs de hoofdweg in het dorp.

Laad hier je telefoon op. De naam van de kiosk – “Dieu soutient le courageaux, God ondersteunt de moedige” – is voor Congo niet ongebruikelijk.

Ochtendmist.

Het gasthuis.

De hoofdweg N4 bij Lolwa.

Klaar voor de terugweg.

Passievruchten kopen onderweg.

Zweten en zwoegen

Is vertalen lastig? Zeker! Is vertalen mogelijk? Zeker! Maar zelfs Luther leek daar soms aan te twijfelen, zoals hij in een brief schreef:

“We tobben ons nu af om de profeten in het Duits te vertalen. O God, wat is het een grote en moeilijke taak om de Hebreeuwse schrijvers te dwingen om Duits te spreken! Ze spartelen tegen, ze hebben geen zin om hun Hebreeuwse taal op te geven om zich te voegen naar dat barbaarse Duits. Het is alsof je een nachtegaal dwingt om zijn welluidende melodie op te geven en de koekoek na te apen, wiens monotone zang hij verafschuwt.”

(vertaald uit: Hermann Gelhaus, 1989. Der Streit um Luthers Bibelverdeutschung im 16. und 17. Jahrhundert, Teil 1, 136. Tübingen: Niemeyer.)

God spreekt Arrernte!

Meer dan een jaar geleden deed ik de opmaak van de Bijbelvertaling in het Central & Eastern Arrernte, een Aboriginaltaal uit het hart van Australië. Het was een dikke pil: Genesis, Exodus, Ruth en het Nieuwe Testament. Opgemaakt in een royaal lettertype, zodat de tekst goed leesbaar is en de vaak lange woorden duidelijk uitkomen.

Als typesetter heb je een bijzondere rol in een Bijbelvertaalproject. Jaar na jaar is er aan de vertaling gewerkt (de Arrernte-vertaling kostte 28 jaar); helemaal aan het eind kom je er als typesetter bij en werk je een paar maanden heel intensief met de vertalers samen. Het opmaken gebeurt met de grootste nauwkeurigheid. Het gaat om Gods Woord, en dat verdient alle zorgvuldigheid. De vertalers hebben bovendien jaren van hun leven in de vertaling geïnvesteerd.
Als de vertaling eenmaal bij de drukker ligt, verdwijn je als typesetter weer uit beeld. Zo ook in dit geval: een paar maanden lang gingen er honderden e-mails en bestanden heen en weer, tot de vertaling tot ieders tevredenheid was opgemaakt en naar de drukker kon. Daarna hoorde ik er niet meer van. Pas vandaag vond ik op internet een verslag van de uitreiking van de Bijbel, in juli dit jaar: God speaks Arrernte! He must be part of our community!
Typesetten is dankbaar werk!

Nukuoro: een mijlpaal

(20 oktober 2017) Zojuist kreeg ik een e-mail van Betty Amon, die samen met haar team de hele Bijbel in het Nukuoro vertaalt: ze is klaar met het doornemen van mijn opmerkingen bij de vertaling. En dat is een grote stap in het Nukuoro-project.
Al in 1987 verscheen het Nieuwe Testament in het Nukuoro. Een paar jaar daarna begon Betty met het vertalen van het Oude Testament, zodat de Nukuoro-bevolking de hele Bijbel in haar eigen taal zou krijgen. In 2011, toen alle boeken vertaald waren begon ik met Betty te werken aan een grondige controle van de hele vertaling. Ik bracht een maand op Guam door, waar we werkten aan Genesis en Exodus. In die maand legden we een basis waarmee we de komende jaren verder konden: ik nam de vertaling boek voor boek door en zette daar mijn vragen en opmerkingen bij; Betty ging door die opmerkingen heen, beantwoordde mijn vragen en corrigeerde waar nodig de vertaling.
Niet alleen mijn opmerkingen waren aanleiding om de vertaling te herzien. Ook het vertaalteam zelf had talloze suggesties voor verbetering.

Het Nukuoro-vertaalteam in 2011


Nu, oktober 2017, heeft Betty dus al mijn (ca. 23.000) opmerkingen en vragen doorgenomen. Dat er daarbij heel wat aan de vertaling is geschaafd, laat dit voorbeeld zien. Links het begin van het boek 1 Samuel zoals het er nu uitziet; rechts de versie uit 2011.

We zijn dankbaar dat we dit punt nu hebben bereikt! Intussen gaat Betty door: er liggen nog correcties van het team; er komt nog een spellingcontrole; we moeten kijken of belangrijke termen consequent vertaald zijn; et cetera. Binnenkort hoop ik te beginnen met het nog eens helemaal doornemen van de vertaling.

Het is overigens de moeite waard om Betty’s verhaal te lezen. Het is hier te vinden.

Hoe Edmond Bijbelvertaler werd

Sommige Bijbelvertalers worden op een onverwachte manier geroepen. Onze collega Edmond Teppuri (Nukumanu-eiland, Papoea-Nieuw-Guinea) schreef vorige week zijn herinneringen op aan het moment dat hij Bijbelvertaler werd. Het was niet bepaald wat hij van plan was.
“Ik had er nooit over gedacht of maar gedroomd om Bijbelvertaler te worden… Maar in 2002 werd ik door God geroepen om Bijbelvertaalwerk te doen.
In 2002 was ik verkozen tot voorzitter van de Nukumanu Raad van Oudsten. Alle voorzitters in de regio moesten een workshop in Buka (de provinciehoofdstad) bijwonen, dus ik ging aan boord van de MV San Kamap. Toevallig was Kennedy Tunehu, die was aangewezen om een Bijbelvertaalcursus in Ukarumpa bij te wonen, ook aan boord. Nu moesten er eigenlijk twee mensen van iedere taalgroep aan de cursus deelnemen, maar Kennedy was in z´n eentje.
Op het schip kwam Kennedy naar me toe en vroeg me om mee te gaan naar de vertaalcursus. Ik zei: ‘Nee, ik heb het druk, als ik tijd had zou ik met je meegaan’, maar ik meende het niet.”
Vanuit Buka zou Kennedy naar Ukarumpa vliegen met vertaaladviseur Sue Andersen. Ze bleven allebei op Edmond aandringen, hij deed zijn uiterste best om hen te ontlopen… maar tevergeefs: doordat het vliegtuig vertraagd was, liepen ze elkaar uiteindelijk toch weer tegen het lijf, en op dat moment stapte Edmond zonder zich te bedenken bij hen in de bus naar het vliegveld. Eenmaal in het vliegtuig kwam hij bij zinnen; boos op zichzelf vroeg hij zich af waarom hij zich in vredesnaam had laten overhalen.
Maar na een weekje in Ukarumpa begon het Bijbelvertalen hem enorm te interesseren, en al snel werd hij een fulltime vertaler. Om een lang verhaal kort te maken: de tien jaren daarop vertaalde Edmond het Nieuwe Testament, dat in 2014 uitkwam. Sindsdien heeft hij verdere cursussen gevolgd, en hij zet nu de eerste stappen om een naburige taalgroep, het Luangiua, te gaan helpen met een vertaling van het Oude Testament.
(Klik hier voor het complete verhaal.)

Evelyn en Edmond Teppuri met hun kinderen (vlnr) Lisa, Verolyn, Joylin en Manahave

Evelyn en Edmond Teppuri met hun kinderen (vlnr) Lisa, Verolyn, Joylin en Manahave

Twee weken Tahiti

(29 juni) Net terug van twee weken Tahiti, waar ik al 2 1/2 jaar niet geweest was. Er kwamen weer allerlei herinneringen boven aan de tijd dat we daar woonden: de vochtige warmte als je het vliegtuig uitstapt, de nachtelijke rit naar het hostel, de drukte op de markt. En natuurlijk het Pa’umotu team, want voor hen was ik naar Tahiti gekomen. Jean (de teamleider), Terey, Joana, Johanna, Christine… ze waren er allemaal weer.
We hebben met elkaar aan de vertaling van de Psalmen gewerkt:

E te Fatu ē, kua here au kia u, ko koe hoki tōku pūai…
“Heer, ik heb U lief, want U bent mijn kracht…” (Ps. 18:2)

Ook hebben we voorbereidingen getroffen om het vertaalwerk over een iets andere boeg te gooien. De teamleden hebben los van elkaar Bijbelhoofdstukken vertaald (de Evangeliën en de Psalmen zijn afgerond). Het verder bewerken van deze vertalingen door het team gebeurde tot nu toe altijd waar ik bij was. Handig, want ik ben vertrouwd met het vertaalprogramma Pratext, ik kan het Hebreeuws erop naslaan, enzovoorts. Maar het betekent wel dat het team alleen aan (de controle van) de vertaling werkt wanneer ik er ben. Terwijl ik niet zomaar even langs ga. Ik heb daarom het team een korte training gegeven, zodat ze zelf Paratext kunnen gebruiken. Zo kunnen ze in de toekomst zelf vertaalsessies houden. Dat is mede mogelijk omdat Paratext de laatste jaren erg goed geschikt is voor teamwerk. Met één druk op de knop kun je je bijgewerkte vertaling naar een server sturen, waarna de andere teamleden jouw wijzigingen binnenkrijgen. Geen verwarring meer over verschillende versies die in omloop zijn (welke was nou ook al weer de meest recente?). Ook geen gevaar meer dat er maanden aan werk verloren gaat wanneer een computer gestolen wordt of de harde schijf het begeeft.

Een van de Tuamotu-eilanden: Anaa. Teamlid Joana komt hiervandaan.

Een van de Tuamotu-eilanden: Anaa.

Leden van het Pa'umotu-team.

Leden van het Pa’umotu-team.

Een grote stap voor de Nukuoro-Bijbel

(1 juni) Op vrijdagmiddag 29 mei controleerde ik Maleachi 4 in het Nukuoro, en daarmee is de grote controle van de Nukuoro-vertaling voltooid. Het is inmiddels meer dan vier jaar geleden dat ik hier samen met vertaler Betty Amon aan begon: in maart 2011 namen we op Guam het boek Genesis en een deel van Exodus door. De afgelopen vier jaar is deze controle een van mijn taken geweest (waarschijnlijk de grootste). Afwisselend nam ik boeken uit het OT en het NT door, afhankelijk van wat Betty en het vertaalteam gereed hadden. Een maand of 2 geleden rondden zij de laatste boeken af, en kon ik mijn controle eveneens afronden.
Inmiddels werkt Betty, alleen en met het team, aan het doornemen van mijn notities; Zo’n 40-50% daarvan is inmiddels gebeurd. Een lastig proces: er staan nu misschien zo’n 15000 vlaggetjes in de tekst waar zij naar moet kijken. Waar nodig moet de vertaling worden aangepast, maar waar de vertaling gewoon goed is, moet deze natuurlijk blijven zoals ze is – ik mag er misschien vragen bij hebben, maar ik ben dan ook geen Nukuoro-spreker.
Later hoop ik dan weer te kijken naar het resultaat van deze bewerking. Ook daarmee zijn we er nog niet. Als bijvoorbeeld een Bijbelse term op één plaats is veranderd, zou het kunnen dat deze ook elders aanpassing behoeft. En als een tekst in Matteüs is gewijzigd, moet ook de parallelle tekst in Marcus en Lukas (die al dan niet precies identiek is in het Grieks) toch nog even worden bekeken. Maar in elk geval, we komen dichterbij de eindstreep.

Malachi4NukuoroWide800
Maleachi 4: Nukuoro en Hebreeuws. Achter de rode vlaggetjes staan mijn opmerkingen.

Het verhaal van Kapingamarangi

(maart 2015) Eerder schreef ik over de inzegening van de Kapingamarangi-Bijbel: hoe een kleine Polynesische groep na 17 jaar de hele Bijbel in de eigen taal kreeg.
Onlangs werd op de site van Wycliffe Bijbelvertalers het verhaal van de Kapinga-vertaling gepubliceerd, met een aantal goede foto’s. Klik hier om het verhaal te zien.

Hieronder vast een mooi plaatje van een deel van het vertaalteam:
Kapinga team

Inzegening Kapingamarangi-bijbel

(Kerst 2014) Na achttien jaar vertalen heeft de Kapingamarangi-taalgroep in Micronesië de complete Bijbel in hun taal. Vorig jaar kwam de vertaling af; het boek is in Sri Lanka gedrukt en vervolgens verscheept naar Pohnpei, het hoofdeiland van Micronesië. In december ging een vrachtschip naar het eiland Kapingamarangi, zodat vlak voor Kerst de Bijbel op het eiland kon worden ingezegend.
Wycliffe-vertalers Nico en Pam Daams hebben het project al die jaren begeleid. Vanwege logistieke problemen konden ze niet bij de inzegening aanwezig zijn. Aan de ene kant was dat jammer; aan de andere kant betekende het wel, dat de inzegening helemaal voor en door de Kapingamarangi’s was, en dat is tekenend voor dit bijzondere vertaalproject. Het vertaalproject was een initiatief van de Kapinga’s zelf; zij selecteerden de (meer dan 20) vertalers, en toen al na vier jaar het Nieuwe Testament gereed was, waren zij het die besloten om door te gaan en ook het Oude Testament te vertalen. Met zijn ca. 3000 sprekers is het Kapingamarangi een van de kleinste talen ter wereld waarin de hele Bijbel beschikbaar is.

Caleb Gamule, voorzitter van het vertaalcomité, schreef het volgende aan Nico en Pam:

“De inzegening van de Kapingamarangi Bijbel is goed verlopen. Vier leden van het vertaalcomité van Pohnrakiet waren met de boot naar Kapingamarangi mee gereisd en hebben actief deelgenomen aan de inzegeningsdienst van de Kapinga Bijbel. Sosten leidde de dienst, ikzelf preekte uit 2 Timoteus 3:16, Henrich ging voor in gebed terwijl zijn vrouw Carmina samen met vertaalster Emerihda de zang leidden. De Protestantse Kerk van Pohnpei had een van hun voorgangers, Midion Neth, mee gestuurd om de Bijbels in te zegenen.
Heel hartelijk dank voor alles. Zonder jullie zouden we geen Bijbel hebben. Op 25 december zal het vertaalcomite van Pohnrakiet committee de inzegening van de Kapingamarangi Bijbel in de Kerstdienst feestelijk herdenken.”

Nico voegt hieraan toe:

“Graag willen we allen die ons in gebed en financiën hebben ondersteund danken voor hun bijdrage in het Kapingamarangi project. Want ook zonder jullie zouden de Kapingamarangi mensen geen Bijbel hebben.”

Hoewel wij zelf niet nauw bij het Kapingaproject betrokken zijn, leven we met meer dan grote belangstelling mee vanaf het moment, nu zo’n 13 jaar geleden, dat we besloten om met Nico en Pam in Polynesische talen te gaan werken. Vorig jaar verzorgde ik (Paulus) de lay-out voor de Kapinga-Bijbel. Bovendien werk ik de laatste jaren mee aan de voltooiing van de Nukuoro-Bijbel; het Nukuoro is een buurtaal van het Kapinga en nauw daaraan verwant. Voor de Nukuoro-vertalers is het Kapinga-project een bemoedigend voorbeeld: over een paar jaar hopen zij zelf óók zover te zijn.

Kapingamarangibijbel