Zweten en zwoegen

Is vertalen lastig? Zeker! Is vertalen mogelijk? Zeker! Maar zelfs Luther leek daar soms aan te twijfelen, zoals hij in een brief schreef:

“We tobben ons nu af om de profeten in het Duits te vertalen. O God, wat is het een grote en moeilijke taak om de Hebreeuwse schrijvers te dwingen om Duits te spreken! Ze spartelen tegen, ze hebben geen zin om hun Hebreeuwse taal op te geven om zich te voegen naar dat barbaarse Duits. Het is alsof je een nachtegaal dwingt om zijn welluidende melodie op te geven en de koekoek na te apen, wiens monotone zang hij verafschuwt.”

(vertaald uit: Hermann Gelhaus, 1989. Der Streit um Luthers Bibelverdeutschung im 16. und 17. Jahrhundert, Teil 1, 136. Tübingen: Niemeyer.)

God spreekt Arrernte!

Meer dan een jaar geleden deed ik de opmaak van de Bijbelvertaling in het Central & Eastern Arrernte, een Aboriginaltaal uit het hart van Australië. Het was een dikke pil: Genesis, Exodus, Ruth en het Nieuwe Testament. Opgemaakt in een royaal lettertype, zodat de tekst goed leesbaar is en de vaak lange woorden duidelijk uitkomen.

Als typesetter heb je een bijzondere rol in een Bijbelvertaalproject. Jaar na jaar is er aan de vertaling gewerkt (de Arrernte-vertaling kostte 28 jaar); helemaal aan het eind kom je er als typesetter bij en werk je een paar maanden heel intensief met de vertalers samen. Het opmaken gebeurt met de grootste nauwkeurigheid. Het gaat om Gods Woord, en dat verdient alle zorgvuldigheid. De vertalers hebben bovendien jaren van hun leven in de vertaling geïnvesteerd.
Als de vertaling eenmaal bij de drukker ligt, verdwijn je als typesetter weer uit beeld. Zo ook in dit geval: een paar maanden lang gingen er honderden e-mails en bestanden heen en weer, tot de vertaling tot ieders tevredenheid was opgemaakt en naar de drukker kon. Daarna hoorde ik er niet meer van. Pas vandaag vond ik op internet een verslag van de uitreiking van de Bijbel, in juli dit jaar: God speaks Arrernte! He must be part of our community!
Typesetten is dankbaar werk!