Luther’s advies voor de Bijbelvertaler

Ter gelegenheid van Hervormingsdag een klein citaat van Luther uit zijn Tischreden:

“Und Verdolmetscher oder Translatores sollen nicht alleine sien, denn einem einigen Mann fallen nicht allezeit gute et propria verba zu.”

(“Tolken of vertalers moeten niet alleen werken, want een enkeling vallen niet altijd goede en geschikte woorden te binnen.”)
Een advies dat nog altijd hout snijdt!

Dan doen we het toch zelf?

(28 oktober 2014) Onlangs kregen we een bijzonder bericht van Tom Puaria in Papoea-Nieuw-Guinea. Tom, afkomstig uit de Takuu-taalgroep, helpt als adviseur collega-vertalers in andere talen. Op dit moment woont hij met zijn vrouw Sharon op het eilandje Nukuria, waar hij met een aantal plaatselijke vertalers aan het Nieuwe Testament werkt. Omdat het Nukuria sterk verwant is aan zijn eigen taal, was het voor hem niet erg moeilijk deze taal te leren.
Puaria
Nukuria en Takuu horen bij de regio Bougainville. In de provinciehoofdstad Buka is een SIL-centrum, waar geregeld vertaalcursussen worden gegeven. Vijf weken lang komen dan vertalers uit allerlei talen uit de regio bij elkaar; ze krijgen les in vertaalprincipes, Bijbelkennis, grammatica enzovoorts, en werken elk aan hun eigen vertaling. Tom heeft een aantal keer aan zo’n cursus meegewerkt, als docent en als directeur.
Onlangs was er weer zo’n vervolgcursus, en het was de bedoeling dat de Nukuria-vertalers zouden meedoen. Helaas lukte het echter niet om de reis naar Buka te maken – Nukuria is afgelegen en de verbindingen zijn gebrekkig. Toen heeft Tom de cursus op het eiland zelf gegeven, in z’n eentje. Zo kregen zo’n acht Nukuria-cursisten een opleiding op maat. Een kerk op het eiland stelde ruimte ter beschikking, mensen in het dorp zorgden voor dagelijks voedsel, de plaatselijke school leverde schrijfmaterialen. Vijf weken lang kwam de groep bijeen; ze bestudeerden vertaalprincipes, gingen de Bijbel door, bekeken een videoserie over de cultuur van de Bijbel, en vertaalden gedeelten uit het Oude en het Nieuwe Testament. Aan het eind van de cursus legden ze een examen af en kregen een certificaat overhandigd.
Wat mij betreft een prachtig voorbeeld van hoe je van de nood een deugd maakt.

Nukuria atoll

Nukuria atoll


Zie voor meer informatie de Isles of the Sea-site.

Intussen in Nederland…

(2 oktober 2014) “In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was leeg en verlaten. Overal was water, en alles was donker.”
Zo begint de Bijbel in Gewone Taal, die gisteren in Den Haag is gepresenteerd.
Het is wennen. Geen “woest en ledig”, geen “duisternis op de vloed” (of “oervloed”, zoals in de NBV), en zelfs “scheppen” heeft moeten wijken voor het alledaagse “maken”. Dat is een gevolg van de beperkingen die de vertalers van de BGT zich hebben opgelegd. De woordenschat is niet groter dan zo’n 4000 woorden. De zinnen zijn kort; zo is Ef. 1:3-14 – in het Grieks één zin – opgeknipt in 33 zinnen, tegen 5 in de HSV en 6 in de NBV. Informatie die voor de oorspronkelijke lezers duidelijk was maar voor huidige lezers onbekend, is soms expliciet gemaakt.
2014-10-01-KRK1-BGT-2-FC_web
Het is wennen. Dat de ark van Noach nu een boot is en de kribbe een voerbak, is nog niet eens zo opzienbarend. Dat het koninkrijk van God nu “Gods nieuwe wereld” is, en dat “verbond” vertaald is als “afspraak” of “belofte”, daar wordt het spannender.
Ik wil daar niet inhoudelijk op ingaan, maar het treft me dat deze keuzes zo herkenbaar zijn. Want de BGT-vertalers zitten met dezelfde dilemma’s die ik in de Polynesische talen voortdurend tegenkom. De BGT beperkt zich tot 4000 woorden; in veel talen in Oceanië is de totale woordenschat niet veel groter. Zo stelden de BGT-vertalers zich de vraag: kunnen we voor dit lezerspubliek het woord “genade” gebruiken? Hun antwoord was negatief. De Nukuoro-vertalers hoefden zich die vraag niet eens te stellen: in hun taal is er geen afzonderlijk woord voor “genade”, de keus is tussen “goedheid” en “vrije gift”.
Verder: de BGT-vertalers streefden naar korte zinnen. Veel vertalingen in Oceanië hebben eenzelfde tendens, omdat de tekst anders veel te moeilijk wordt. In de BGT zijn bepaalde metaforen vertaald naar hun onderliggende betekenis. Wij staan soms voor dezelfde keus, omdat de metafoor het verstaan in de weg kan staan.

Het Nederlands Bijbelgenootschap benadrukt in zijn communicatie dat een vertaling in gewone taal veel zeggingskracht kan hebben. Ik denk dat ze gelijk hebben. Zoals ik ook denk dat een vertaling in het Nukuoro, of het Rapa Nui, zeggingskracht kan hebben. Alle beperkingen ten spijt.

Wat gebeurt er intussen op Pohnpei?

Alweer meer dan drie maanden geleden dat ik op Pohnpei het Nukuoro-team bezocht… Hoe gaat het inmiddels? Een kleine update.
– Betty is juist een aantal weken op Pohnpei geweest om met haar team verder aan de vertaling te werken. Ze hebben heel het boek Jeremia doorgenomen, en ik ben opnieuw onder de indruk van de hoeveelheid werk die dit team verzet. Jeremia is het op één na langste boek van de Bijbel. Bovendien gebeurt er bij zo’n revisie nogal wat. Ter illustratie hier een stukje gewijzigde tekst; geschrapte tekst is in rood gemarkeerd, nieuwe toevoegingen in groen.
Jeremia in het Nukuoro

– Jeremia was het laatste grote boek dat nog op de team-check wachtte; hiermee is het team klaar met het Oude Testament. Wanneer Betty alle correcties heeft verwerkt (inclusief die van een “losse” reviseur/meelezer op Guam), is alles gereed voor de consulentcontrole.

– Inmiddels werk ik – tussen andere projecten – dan ook verder aan die controle. De afgelopen maanden ging ik door Psalmen, Job, Spreuken, Prediker en Hooglied heen, en inmiddels werk ik aan Jesaja. Nog zo’n 25% van het Oude Testament te gaan, en daarnaast een aantal boeken van het Nieuwe Testament.

– Vandaag goed nieuws over en voor de buurtaal van het Nukuoro, het Kapingamarangi: de Kapingamarangibijbel is gedrukt en de boeken zijn onderweg naar Pohnpei. Collega Nico Daams kreeg vast een tweetal bewijsexemplaren toegestuurd en mocht dus als eerste de boeken in handen houden. Een bijzonder moment!
Kapingamarangibijbel

Nukuoro & Kapinga in Pacific 150dpi

Reis naar Pohnpei

(6 juni 2014) Al een jaar of drie werk ik samen met het team dat de Bijbel in het Nukuoro vertaalt, een taal in de Federated States of Micronesia. Op afstand heb ik inmiddels twee derde van de Bijbel doorgenomen en gecontroleerd. Vertaler Betty Amon en haar team bereidt de vertaling voor; de hele Bijbel is inmiddels vertaald, en 90% ervan is door het team herzien en gecorrigeerd. Wanneer ik een boek voorzien heb van mijn vragen en opmerkingen, kan Betty deze vervolgens doornemen en de vertaling waar nodig corrigeren.
Na drie jaar op afstand werken, was het hoog tijd om elkaar eens te ontmoeten en een aantal dingen door te spreken. In mei ben ik daarom afgereisd naar het eiland Pohnpei, waar het Nukuoro-vertaalteam zich bevindt. Het team was tijdens mijn verblijf dagelijks beschikbaar om bij elkaar te komen – ze zijn allemaal gepensioneerd – en we hebben dan ook een groot aantal dingen kunnen bespreken. We spraken bijvoorbeeld over een aantal sleutelbegrippen uit de Bijbel: “prijzen”, “veroordelen”, “tabernakel”, “tempel”, “vergeven”, en zo nog een heel aantal. Over al deze termen had het team al meermalen gesproken en vaak ook al een beslissing genomen, maar het samen bespreken hielp mij om de betekenis van de Nukuoro-termen helder te krijgen, en hielp het team om een beter gefundeerde keuze te maken.
Ook de vertaling van de naam (of: namen) van God kwam aan de orde. Bijvoorbeeld: hoe vertaal je de naam JHWH in het Oude Testament? (Antwoord: meestal als TAGI Maolunga, “hoogste Heer”, maar op sommige plaatsen zal de naam Iahweh worden gebruikt.)
Verder spraken we over een aantal onderdelen van de spelling: schrijf je bepaalde woorden aan elkaar, of als drie losse woorden? Gebruik je hoofdletters wanneer “Hij” naar God verwijst? (Dat laatste zijn we in het Nederlands gewend, maar in de meeste andere talen gebeurt het niet.) En is het nodig om elk vers op een nieuwe regel te beginnen? (Het team wilde dat aanvankelijk wel, omdat de versnummers anders zo lastig te vinden zijn. Ik kon echter laten zien dat je de versnummers wat groter kunt afdrukken, zodat ze toch wel duidelijk zijn.)

We namen ook de tijd om eens even de rug te rechten en na te denken over het project als geheel: onze motivatie, ervaringen, vreugden en teleurstellingen. Ook keken we vooruit te kijken naar de komende jaren. Er is nog veel te doen, maar het project begint zijn voltooiing te naderen. Op zaterdag kwamen we met een groep Nukuoro’s bijeen voor een ontmoeting, waar het team en ik de mensen een update gaven over het vertaalproces. Men ziet uit naar de voltooide vertaling!

Het Nukuoro vertaalteam: Betty, Lisa, Kim, Rose.

Het Nukuoro vertaalteam: Betty, Lisa, Kim, Rose.

Bijeenkomst met mensen uit de Nukuoro-gemeenschap op Pohnpei.

Bijeenkomst met mensen uit de Nukuoro-gemeenschap op Pohnpei.

Nan Madol, een gigantisch archeologisch complex op Pohnpei. Net als bij de beelden op Paaseiland is de grote vraag: hoe hebben ze die enorme basaltblokken ooit kunnen verplaatsen?

Nan Madol, een gigantisch archeologisch complex op Pohnpei. Net als bij de beelden op Paaseiland is de grote vraag: hoe hebben ze die enorme basaltblokken ooit kunnen verplaatsen?

Uitzicht over het vliegveld en de haven van Pohnpei.

Uitzicht over het vliegveld en de haven van Pohnpei.

Kapingamarangi-bijbel naar de drukker

(19 maart) Het is zover! Zojuist heb ik de bestanden voor de Kapingamarangi-bijbel op Dropbox gezet voor de drukker.
De Kapingamarangi, een taalgroep in Micronesië, begonnen in 1996 met het vertalen van de Bijbel, begeleid door onze collega’s Nico en Pam Daams. De Kapinga-gemeenschap toonde een grote inzet en enthousiasme – zo waren er meer dan twintig vertalers – en al na vier jaar kwam het Nieuwe Testament gereed. Met grote vreugde werd het in gebruik genomen. De vertalers gingen toen door met een selectie van het Oude Testament, die in 2004 gereedkwam. Ook dat was niet genoeg; het team werkte door tot het hele OT vertaald was. Nico bleef hen begeleiden, via e-mail en met regelmatige bezoeken.
Eind vorig jaar was de vertaling klaar, inclusief alle controlerondes en laatste checks. Dat was het moment dat ik bij het team werd gevoegd als typesetter. Mijn taak was het om de computerbestanden te verwerken tot een drukklaar bestand: correct, mooi en helder leesbaar.
Inmiddels zijn we drie maanden verder: 1472 pagina’s, 380 voetnoten, 3200 kruisverwijzingen; 140 illustraties, 12 landkaarten, zo’n 100 drukproeven (van de eerste proefopmaak tot het definitieve bestand) en misschien 500 e-mails heen en weer. Nu ligt het bestand bij de drukker in Sri Lanka. Als alles goed gaat, kan juli a.s. de Bijbel worden ingezegend en in gebruik worden genomen. Dat zal een heel bijzonder moment zijn voor de Kapinga-gemeenschap, voor wie de Bijbel in de eigen taal nu al dierbaar is.
Het Kapinga zal overigens een van de kleinste talen ter wereld zijn waarin de hele Bijbel is vertaald.

(Voor meer informatie over het Kapinga-project: klik hier.)

Genesis 1, Kapingamarangi

Feestelijke ingebruikname Nukumanu NT

(4 februari) Vandaag is het Nieuwe Testament in het Nukumanu (Papoea Nieuw-Guinea) feestelijk in gebruik genomen. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de feestelijkheden al achter de rug en is de nacht gevallen.
Nukumanu is een van de Polynesische talen, gesproken op een klein en afgelegen atol, ver van de rest van de wereld. (Ligging: 4°32’Z, 159°24’O. Op Google Earth is het wel te vinden.) Het eiland wordt overigens ook Tasman genoemd – naar Abel Tasman, die het moet hebben ontdekt op dezelfde reis waarop hij ook Tasmanië ontdekte.
Het Nukumanu-vertaalproject gaat al een tijdje terug. Wij maakten ermee kennis in 2003, toen we in Ukarumpa hielpen met een cursus voor plaatselijke vertalers. Een van de vertalers die we begeleidden was Edmond Teppuri. Hij was toen een beginnend vertaler; in de tien jaar die volgden, heeft hij het NT in zijn eigen taal voltooid. Onze Nederlandse collega Nico Daams begeleidde het vertaalwerk als consulent.
Vorig jaar was een heel moeilijk jaar voor Edmond, zijn vrouw Evelyn en hun familie: verscheidene familieleden overleden in korte tijd door een epidemie op het eiland. Maar de vertaling kwam gereed. Halverwege vorig jaar heb ik in Nederland de vertaling getypeset; het boek is vervolgens in Sri Lanka gedrukt, en eind vorig jaar kwamen de boeken in Papoea Nieuw-Guinea aan.
Edmond heeft vervolgens de festiviteiten rond de ingebruikname georganiseerd. Dat was niet eenvoudig, want er varen nauwelijks schepen naar Nukumanu, dus hoe krijg je de gasten en de boeken daarheen? Uiteindelijk leek er eind januari een regeringsboot daarheen te gaan vanaf de provinciehoofdstad Buka (ruim 500 km over open zee, met één eiland halverwege). Vorige week reisden dus diverse gasten af naar Buka om deze boot te kunnen nemen. Vrijdag bleek echter dat de boot op z’n vroegst 10 februari gaat. Tja… op Nukumanu-eiland waren ze er klaar voor, en de gasten met hun retourtickets konden ook niet te lang wachten. Uiteindelijk wisten ze een motorbootje te charteren van iemand van een naburig eiland, die bereid was de reis te maken. Naast de nodige bagage en een aantal vaten extra brandstof was er ruimte voor drie passagiers.
Het bootje is veilig aangekomen, en vandaag kreeg ik een kort bericht dat het feest heeft plaatsgevonden en dat het een prachtige dag was. Weer een bevolkingsgroep die het Woord in de eigen taal heeft!


Van Buka (links) naar Nukumanu (rechts).

Het einde van de Bijbel

Vandaag belandde ik met het checken van de Nukuoro-vertaling aan het einde van de Bijbel. De Hebreeuwse Bijbel, wel te verstaan: deze eindigt met 2 Kronieken, de laatste van de Ketuvim, de Geschriften.
2 Kronieken heeft een bijzonder einde. Na een lange rij koningen (van wie het merendeel niet aan de maatstaven voldoet), oorlogen, deugden en ondeugden, komt er in het laatste hoofdstuk in rap tempo een eind aan het rijk Juda. De laatste koning wordt in ballingschap gevoerd, de tempel wordt verwoest, en van Jeruzalem blijft weinig over. Het verhaal sluit af met een grootse inclusio: zoals na de schepping God rust van zijn werk met de rust van de sabbat (Genesis 2:1), zo heeft nu het land een sabbatsrust van 70 jaar:

“totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed gekregen heeft. Al de dagen die het woest lag, heeft het gerust, om zeventig jaar vol te maken.” (2 Kron. 36:21)

Toch is dat niet helemaal het einde van het boek. Er volgen nog twee verzen:

“Maar in het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië, wekte de HERE, opdat het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, zou worden voltrokken, de geest van Kores, de koning van Perzië, op, om door zijn gehele koninkrijk, ook in geschrifte, deze oproep te doen uitgaan: Zo zegt Kores, de koning van Perzië: alle koninkrijken der aarde heeft de HERE, de God des hemels, mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort – de HERE, zijn God, zij met hem, hij trekke op.”

Het zijn precies dezelfde woorden die we ook lezen aan het begin van Ezra 1 – het boek dat in onze Bijbel (gebaseerd op de Griekse volgorde van de Bijbelboeken) direct op Kronieken volgt. Lees je Ezra 1, dan merk je dat die twee verzen maar het begin zijn; het decreet van koning Kores is in feite een stuk langer dan wat we hier in Kronieken lezen. Het is alsof de schrijver van Kronieken wil aangeven: het verhaal gaat verder, er is leven na de ballingschap. Dat verhaal werkt hij verder niet uit, maar hij kan het niet laten om toch éven – om zo te zeggen – de maat aan te geven.

P1080947k

help! geen internet

Wat doe je als je een collega op Guam wilt spreken die thuis geen internet heeft, en dus ook geen e-mail, Skype, Facebook…? Inderdaad, pak de telefoon, de ouderwetse vaste telefoon.
Aardige bijkomstigheid: in 1997 is het telefoonnetwerk van Guam bij de VS getrokken, en dat betekent dat ik daarheen bel voor een dubbeltje (voor de jongere lezers: tien cent) per minuut.

In elk geval, het was goed om Betty Amon weer even te spreken. We werken allebei hard aan de Nukuoro-vertaling, maar het is bijna drie jaar geleden dat we met elkaar rond te tafel hebben gezeten. In mei hoop ik er op bezoek te gaan en het vertaalteam te ontmoeten.

Yap

Yap is een eilandje in Micronesië (op Google Earth: zoek “Yap, Micronesia”). Deze week houdt de Pacific Group, de vertaalgroep waar wij deel van uitmaken, hier zijn conferentie. Ik ben er zelf niet bij, maar leef op afstand een beetje mee.
Het bijzondere is dat twee derde van de aanwezigen eilanders zijn: naast een stuk of tien Wycliffers (Amerikanen en één Nederlander) zijn er zo’n twintig aanwezigen uit verschillende talen in Micronesië: Nukuoro, Satawal, Woleai, Tobi en Sonsorol. Vertalers in heel verschillende situaties: Nukuoro-vertaler Betty Amon heeft de hele Bijbel al af (de vertaling wordt deze jaren verder verbeterd en aangescherpt door Betty zelf, door haar team, en door mij). De Woleai- en Satawal-vertalers werken sinds een paar jaar aan het Nieuwe Testament. En in het Tobi en het Sonsorol is het vertaalwerk nog maar net begonnen.
Een paar jaar geleden namen we zelf deel aan een soortgelijke conferentie, waar we met zowel Wycliffers als eilanders rond de tafel zaten. We zagen wat een prachtige gelegenheid zo’n conferentie is. Vertalers worden bemoedigd, scherpen hun visie aan, nemen een voorbeeld aan elkaar (“als zij het hele Oude Testament vertaald heeft, kan ik het ook!”) en gaan aan het eind van de week met nieuwe moed naar huis. Bovendien, door je kennis te poolen (hoe zeg je dat mooi in het Nederlands?), kun je een hoop van elkaar opsteken.
In elk geval, we wensen onze collega’s nog mooie dagen toe!