Feestelijke ingebruikname Nukumanu NT

(4 februari) Vandaag is het Nieuwe Testament in het Nukumanu (Papoea Nieuw-Guinea) feestelijk in gebruik genomen. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de feestelijkheden al achter de rug en is de nacht gevallen.
Nukumanu is een van de Polynesische talen, gesproken op een klein en afgelegen atol, ver van de rest van de wereld. (Ligging: 4°32’Z, 159°24’O. Op Google Earth is het wel te vinden.) Het eiland wordt overigens ook Tasman genoemd – naar Abel Tasman, die het moet hebben ontdekt op dezelfde reis waarop hij ook Tasmanië ontdekte.
Het Nukumanu-vertaalproject gaat al een tijdje terug. Wij maakten ermee kennis in 2003, toen we in Ukarumpa hielpen met een cursus voor plaatselijke vertalers. Een van de vertalers die we begeleidden was Edmond Teppuri. Hij was toen een beginnend vertaler; in de tien jaar die volgden, heeft hij het NT in zijn eigen taal voltooid. Onze Nederlandse collega Nico Daams begeleidde het vertaalwerk als consulent.
Vorig jaar was een heel moeilijk jaar voor Edmond, zijn vrouw Evelyn en hun familie: verscheidene familieleden overleden in korte tijd door een epidemie op het eiland. Maar de vertaling kwam gereed. Halverwege vorig jaar heb ik in Nederland de vertaling getypeset; het boek is vervolgens in Sri Lanka gedrukt, en eind vorig jaar kwamen de boeken in Papoea Nieuw-Guinea aan.
Edmond heeft vervolgens de festiviteiten rond de ingebruikname georganiseerd. Dat was niet eenvoudig, want er varen nauwelijks schepen naar Nukumanu, dus hoe krijg je de gasten en de boeken daarheen? Uiteindelijk leek er eind januari een regeringsboot daarheen te gaan vanaf de provinciehoofdstad Buka (ruim 500 km over open zee, met één eiland halverwege). Vorige week reisden dus diverse gasten af naar Buka om deze boot te kunnen nemen. Vrijdag bleek echter dat de boot op z’n vroegst 10 februari gaat. Tja… op Nukumanu-eiland waren ze er klaar voor, en de gasten met hun retourtickets konden ook niet te lang wachten. Uiteindelijk wisten ze een motorbootje te charteren van iemand van een naburig eiland, die bereid was de reis te maken. Naast de nodige bagage en een aantal vaten extra brandstof was er ruimte voor drie passagiers.
Het bootje is veilig aangekomen, en vandaag kreeg ik een kort bericht dat het feest heeft plaatsgevonden en dat het een prachtige dag was. Weer een bevolkingsgroep die het Woord in de eigen taal heeft!


Van Buka (links) naar Nukumanu (rechts).

Het einde van de Bijbel

Vandaag belandde ik met het checken van de Nukuoro-vertaling aan het einde van de Bijbel. De Hebreeuwse Bijbel, wel te verstaan: deze eindigt met 2 Kronieken, de laatste van de Ketuvim, de Geschriften.
2 Kronieken heeft een bijzonder einde. Na een lange rij koningen (van wie het merendeel niet aan de maatstaven voldoet), oorlogen, deugden en ondeugden, komt er in het laatste hoofdstuk in rap tempo een eind aan het rijk Juda. De laatste koning wordt in ballingschap gevoerd, de tempel wordt verwoest, en van Jeruzalem blijft weinig over. Het verhaal sluit af met een grootse inclusio: zoals na de schepping God rust van zijn werk met de rust van de sabbat (Genesis 2:1), zo heeft nu het land een sabbatsrust van 70 jaar:

“totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed gekregen heeft. Al de dagen die het woest lag, heeft het gerust, om zeventig jaar vol te maken.” (2 Kron. 36:21)

Toch is dat niet helemaal het einde van het boek. Er volgen nog twee verzen:

“Maar in het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië, wekte de HERE, opdat het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, zou worden voltrokken, de geest van Kores, de koning van Perzië, op, om door zijn gehele koninkrijk, ook in geschrifte, deze oproep te doen uitgaan: Zo zegt Kores, de koning van Perzië: alle koninkrijken der aarde heeft de HERE, de God des hemels, mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort – de HERE, zijn God, zij met hem, hij trekke op.”

Het zijn precies dezelfde woorden die we ook lezen aan het begin van Ezra 1 – het boek dat in onze Bijbel (gebaseerd op de Griekse volgorde van de Bijbelboeken) direct op Kronieken volgt. Lees je Ezra 1, dan merk je dat die twee verzen maar het begin zijn; het decreet van koning Kores is in feite een stuk langer dan wat we hier in Kronieken lezen. Het is alsof de schrijver van Kronieken wil aangeven: het verhaal gaat verder, er is leven na de ballingschap. Dat verhaal werkt hij verder niet uit, maar hij kan het niet laten om toch éven – om zo te zeggen – de maat aan te geven.

P1080947k

help! geen internet

Wat doe je als je een collega op Guam wilt spreken die thuis geen internet heeft, en dus ook geen e-mail, Skype, Facebook…? Inderdaad, pak de telefoon, de ouderwetse vaste telefoon.
Aardige bijkomstigheid: in 1997 is het telefoonnetwerk van Guam bij de VS getrokken, en dat betekent dat ik daarheen bel voor een dubbeltje (voor de jongere lezers: tien cent) per minuut.

In elk geval, het was goed om Betty Amon weer even te spreken. We werken allebei hard aan de Nukuoro-vertaling, maar het is bijna drie jaar geleden dat we met elkaar rond te tafel hebben gezeten. In mei hoop ik er op bezoek te gaan en het vertaalteam te ontmoeten.

Yap

Yap is een eilandje in Micronesië (op Google Earth: zoek “Yap, Micronesia”). Deze week houdt de Pacific Group, de vertaalgroep waar wij deel van uitmaken, hier zijn conferentie. Ik ben er zelf niet bij, maar leef op afstand een beetje mee.
Het bijzondere is dat twee derde van de aanwezigen eilanders zijn: naast een stuk of tien Wycliffers (Amerikanen en één Nederlander) zijn er zo’n twintig aanwezigen uit verschillende talen in Micronesië: Nukuoro, Satawal, Woleai, Tobi en Sonsorol. Vertalers in heel verschillende situaties: Nukuoro-vertaler Betty Amon heeft de hele Bijbel al af (de vertaling wordt deze jaren verder verbeterd en aangescherpt door Betty zelf, door haar team, en door mij). De Woleai- en Satawal-vertalers werken sinds een paar jaar aan het Nieuwe Testament. En in het Tobi en het Sonsorol is het vertaalwerk nog maar net begonnen.
Een paar jaar geleden namen we zelf deel aan een soortgelijke conferentie, waar we met zowel Wycliffers als eilanders rond de tafel zaten. We zagen wat een prachtige gelegenheid zo’n conferentie is. Vertalers worden bemoedigd, scherpen hun visie aan, nemen een voorbeeld aan elkaar (“als zij het hele Oude Testament vertaald heeft, kan ik het ook!”) en gaan aan het eind van de week met nieuwe moed naar huis. Bovendien, door je kennis te poolen (hoe zeg je dat mooi in het Nederlands?), kun je een hoop van elkaar opsteken.
In elk geval, we wensen onze collega’s nog mooie dagen toe!

Mijlpaaltje

(29 november) Een kleine mijlpaal deze week: we zijn precies op de helft met de consultant check van de Bijbel in het Nukuoro. Vertaler Betty Amon heeft het hele Oude Testament vertaald en het Nieuwe Testament – dat in 1987 uitkwam – volledig herzien. Met haar vertaalteam gaat ze nu nog eens door elk boek heen, een proces dat de afgelopen maanden trouwens heel snel is gegaan. Dat proces is de afgelopen maanden trouwens flink versneld.
Inmiddels heb ik 90% van het Nieuwe Testament gecontroleerd, en in het Oude Testament Genesis t/m 2 Samuel. Volgende week: 1 Koningen, de regering van Salomo en de bouw van de tempel.

Hoeveel kalveren heeft een koe?

cow-calf-small
Om 1 Samuel 6 correct in het Nukuoro te vertalen, moet je bovenstaande vraag correct beantwoorden.
In dit hoofdstuk spannen de Filistijnen twee koeien voor een wagen; het gaat om koeien die gekalfd hebben. Vers 7b en 10b luiden: “…breng hun kalveren achter hen vandaan terug naar huis … hun kalveren sloten zij in huis op.”
Nu heb je in het Nukuoro verschillende woorden voor “hun”. Welke vorm je moet gebruiken, hangt er onder andere van af of het om één, twee of meer dan twee dingen gaat. In het Hebreeuws kun je, net als in het Nederlands, zien dat er meer dan één kalf was – logisch, de twee koeien hadden beide gekalfd – maar in het Nukuoro moet je preciezer zijn: waren het er twee of meer dan twee? Aangezien koeien doorgaans één kalf dragen, adviseer ik de vertaler om de dualis te gebruiken: twee kalveren. Of kan iemand met meer kennis van veeteelt me hier corrigeren?

Wie is het team?

Vorige week werd ik aan het denken gezet door een tweetal e-mails van Edmond Teppuri, die het NT in het Nukumanu heeft vertaald.
Nu het Nieuwe Testament bij de drukker ligt, kunnen we wel zeggen dat de tekst definitief is. Tijd dus om de vertaling correct te archiveren, zodat de bestanden in de toekomst toegankelijk blijven. Onze organisatie (SIL) heeft daar een systeem voor, waarin je alle bestanden in een pakketje stopt en daar de nodige labels aan toevoegt: soort materiaal, oplage, jaar van uitgave, copyright, ISB-nummer, et cetera. Het programma vraagt ook om een lijst van medewerkers, het vertaalteam dus. Ik vulde vast de namen van de twee vertalers en de consulent in en vroeg Edmond of hij nog aanvullingen had. Die had hij zeker: het vertaalcomité, het revisiecomité (review committee, mensen die de vertaling kritisch hebben doorgelezen), en de adviseur die in het verleden bij het project betrokken was. Ook Antje en ik hoorden op de lijst; wij hebben immers in 2003 met het vertaalwerk meegelopen, en ik heb de typesetting gedaan. De volgende dag kwam er nog een e-mail: de lijst was nog niet compleet, The Seed Company (die het project gesponsord heeft) verdiende ook een plaats op de lijst, en het Isles of the Sea-team voor hun gebeden en ondersteuning.
Een interessante vraag: wie maken er deel uit van het vertaalteam? Ik ben geneigd te denken aan vertalers, consulenten en comité’s. Maar daaromheen staan allerlei mensen, groepen en organisaties die het vertaalwerk evenzeer dragen. Om er maar een paar te noemen (in alfabetische, dus willekeurige volgorde): mensen die bemoedigen, bidden, geven, meedenken; drukkers, illustrators, piloten, software-ontwikkelaars, trainers. En niet te vergeten de sprekers van de taal, die (als het goed is!) met het vertaalwerk meeleven. Ik vertel hiermee natuurlijk niets nieuws, maar waar Edmond op wijst, is dat zij evenzeer deel uitmaken van het team. Ze zijn allemaal onmisbaar.